COLUMN HENK

Rokjesdag

Ik ben echt een koukleum en alhoewel de Kerst mijn meest favoriete periode van het jaar is, kan ik direct op 27 december alweer enorm verlangen naar het voorjaar en mag van mij de winter weer snel voorbij zijn. Nederland is een echt schaatsland, zodra het een week vriest, steekt het Elfstedenvirus weer de kop op en heeft iedereen het erover dat ie nu echt verreden gaat worden, dè Elfstedentocht. Prachtig die romantiek rondom de tocht der tochten in ons mooie Friesland, maar ik ben geboren Amsterdammer en als het vriest is er voor mij niks mooier dan het tafereeltje van schaatsende mensen met hun kinderen op de grachten na een paar weken vorst. Daar gaat mijn hart sneller van kloppen, maar geef mij daarna maar weer heel snel de eerste ‘rokjesdag’ in maart, zoals de helaas te vroeg overleden Nederlandse schrijver Martin Bril de vroege voorjaarsdagen noemde, waarop vrouwen de lange broek in de kast laten en de benen weer onder een rokje tonen.


Ja, die eerste voorjaarsdag werkt zo goed op mijn humeur, op naar het terras denk ik dan zo tegen het einde van de dag. Lekker glaasje erbij, wat kletsen met vrienden of met Saskia en de kids een hapje doen of slenteren over de gracht, waar net de eerste klaptafeltjes op het stoepje worden neergeplant, flesje rosé erop, paar brokken kaas en wat nootjes en je ziet ze genieten van de eerste zonnestralen. Om zeven uur ‘s ochtends gewekt worden door het licht wat door de opening van de gordijnen naar binnen valt i.p.v. door een piepende wekker wakker schrikken; dat is echt voorjaar voor mij.